| geschiedenis |
| Geschreven door Administrator | |
| Sunday 16 March 2008 | |
|
Deventer (Nedersaksisch: Deaventer, Dèventer in IJA-spelling of Dimter) is een stad en oude Hanzestad in het oosten van Nederland en in het zuidwesten van de provincie Overijssel. De stad is gebouwd aan de IJssel. Deventer is een van de vijf oudste steden van Nederland. De plaats staat al in 9e eeuwse bronnen van het bisdom Utrecht vermeld. In een oorkonde uit 877 wordt gesproken over zeven hoeven in Daventre portu [1] (de haven bij Deventer). De stadsrechten van Deventer zijn waarschijnlijk ergens in de 11e eeuw voor het eerst echt vastgelegd, precies is dit niet bekend. De gemeente Deventer grenst in het noordwesten aan de gemeente Olst-Wijhe, in het noordoosten aan Raalte, in het oosten aan Rijssen-Holten, in het zuiden aan Lochem (Gelderland) en in het westen aan Voorst (Gelderland). In het zuiden van de gemeente mondt de Schipbeek in de IJssel. De naam Deventer wordt etymologisch toegeschreven[1] aan dat het in de 8ste eeuw of nog eerder is ontstaan als samenstelling van twee Oudsaksische vormen. De naam zou dan zijn ontstaan uit *deve-treo, wat zoiets betekende als "aan een waterloop gelegen geboomte". Daarbuiten staat wel eens vermeld dat Deventer zijn naam dankt aan het stadje Daventry in Engeland, waar de christelijke missionaris Lebuïnus (Liafwin) vandaan zou zijn gekomen, of naar een met hem meegereisde bevriende monnik met de naam Davo[1].
In 1783 werd er in Deventer een vrijkorps opgericht met radicaal-liberale ideeën, dat uitging van meer invloed van het volk op het bestuur. In 1795 werden in heel Nederland de beginselen van vrijheid, gelijkheid en broederschap ingevoerd. In de Franse tijd, op 4 mei 1809, bracht koning Lodewijk Napoleon een bezoek aan Deventer. Hij werd rondgeleid bij een aantal bedrijven, onder andere bij koekbakkerij Bussink. Hij kreeg de koek te proeven en plaatste meteen een bestelling. Toen hij vertrok vergat hij te betalen, zoals een koning betaamt, maar daar werd hij meteen door de vrouw van de bakker op gewezen. Lodewijk Napoleon stond positief tegenover Nederland, en probeerde hoewel hij zelf natuurlijk Franstalig was, toch Nederlands te spreken. In Deventer zei hij per ongeluk: "Ik, uw konijn" in plaats van "Ik, uw koning". Halverwege de 19e eeuw werd in Deventer een militaire kazerne geopend, de Boreelkazerne. In deze kazerne was het Vierde regiment Huzaren gevestigd. [4] De oprichter van dit regiment was Willem François Boreel, waarna de kazerne is vernoemd. De Boreelkazerne werd gebruikt door de cavalerie. Het gebouw is ontworpen door stadsarchitect Bernardus Looman en kapitein-ingenieur Johan Rijsterborgh in een neoromaanse stijl. De industriële revolutie die eind 19e eeuw in Nederland opgang kwam, had ook effect op Deventer. Door de schaalvergroting werden diverse bouwwerken gebouwd. Vanaf ongeveer 1600 had Deventer een schipbrug waarmee beide oevers van de IJssel met elkaar werden verbonden. Deze schipbrug bestond uit pontons. Door een gedeelte van de brug los te koppelen, konden schepen doorgelaten worden. In 1927 besloot de gemeenteraad van Deventer dat een nieuwe brug gerealiseerd diende te worden. [5] Voor de nieuwe brug, de huidige Wilhelminabrug, werd de oude haven gedempt. In 1943 werd de brug voltooid en geopend. In 1945 werd bij de terugtocht van de Duitse troepen de brug opgeblazen, waardoor de oude schipbrug nog een tijd dienst moest doen. In 1948 was de heropening van de Wilhelminabrug, waarna de schipbrug werd gesloten en afgebroken. Voor het spoorvervoer was al in 1887 in Deventer een spoorbrug aangelegd. Via deze brug kon ook ander verkeer de IJssel passeren. Deze brug is in de tweede wereldoorlog twee keer opgeblazen.[6] De eerste keer vlak voordat Duitse troepen de stad in trokken en een tweede keer vlak voor de bevrijding. Na de oorlog is door genietroepen van het Engelse leger op de pijlers van de oude brug een provisorisch bedoelde enkelsporige Baileyspoorbrug gebouwd die bijna 37 jaar dienst heeft gedaan. Eind jaren '70 werd pal aan de noordzijde ervan begonnen met de bouw van de huidige dubbelsporige spoorbrug. Deze is in de winter van 1982 feestelijk in gebruik genomen. In de uiterwaarden bij de Worp heeft men ter herinnering één pijler van de oude brug laten staan met een Engelse Baileyschoring er bovenop. In de Tweede Wereldoorlog had de stad het zwaar te verduren, ze is verschillende malen gebombardeerd, met honderden burgerslachtoffers als gevolg. Met name het gebied rond de bruggen werd door bommen getroffen. Het historisch stadscentrum is grotendeels gespaard gebleven. Toen de oorlog ten einde liep, vond op 10 april 1945 het Twentol-drama plaats in Deventer, waarbij zeven verzetstrijders om het leven kwamen. Na de tweede wereldoorlog werd hard gewerkt aan de wederopbouw. Naast de bruggen voor het weg- en spoorvervoer werd in Deventer ook gewerkt aan een sluis, de Prins Bernhardsluis om zo de binnenvaart te bevorderen.[7] In 1951 kwam deze sluis gereed en verbindt sindsdien de IJssel met het basiskanaal. Door de nieuwe sluis kon de oude waterverbinding tussen de haven en de IJssel, bij het Pothoofd, gesloten worden. De Prins Bernhardsluis is gebouwd na ontwerp van het bureau Witteveen+Bos, met als ingenieurs Willem Gerrit Witteveen en G.S. Bos. De achterliggende haven is in de jaren erna nog uitgebreid met een derde havenarm, die geopend is in 1961. Een oorspronkelijk geplande vierde havenarm is nooit aangelegd. Deventer heeft in de 20ste eeuw een tijdlang de bijnaam “Moskou aan de IJssel” gehad. De bevolking bestond tot in de jaren '70 dan ook voor een groot deel uit arbeiders die werkzaam waren in grote textiel-, metaal-, en andere fabrieken.
Het bestuursgebied van de stad Deventer vormde zich rondom de vesting. Hiervoor had de stad een grote vrijheid. Een vrijheid was plattelandsgebied direct grenzend aan een stad waar het stadsrecht gold. De stadsboeren (laatste boerderij in de stad zelf was tot in de jaren 80 in de Golstraat gevestigd [8]) konden er hun vee laten weiden. Daarnaast waren er vaak ook vele tuinderijen (zoals bij Deventer op de Worp). Bij bestudering van de gemeenteatlas van de Provincie Overijssel uit 1867 is te zien dat het gebied van de oude vrijheid, toen het nog onbebouwde deel van de nieuwe gemeente bestaat uit: aan de noordkant de Ossen- en Zandweerd; Na de invoering van de vestingwet (1874) werden de Nederlands steden ontheven van hun plicht om hun vestingwerken te onderhouden. Het tot die tijd direct buiten de oude vesting vrij te houden schootsveld mocht vanaf toen ook bebouwd worden (voor zover dat incidenteel en praktisch gezien al niet het geval was). De eerste wijken die hier eind 19e eeuw ontstonden waren de Molenbelt en de Ossenweerd. Industrie vestigde zich vooral aan de zuidoost kant van de oude vesting, langs het spoor en de oude haven. Eind jaren vijftig had de bebouwing de grenzen van de gemeente bereikt. In 1960 werd voor verdere uitbreiding daarvan een klein deel van de gemeente Diepenveen geannexeerd. Het is het gebied dat nu de wijken Keizerslanden (begin jaren 60), Borgele (midden jaren 60) en de Platvoet (eind jaren 60) beslaat. Alles bij elkaar grofweg het gebied tot aan (bewesten) de Zandwetering. In 1974 werd wederom een deel van Diepenveen geannexeerd. Aanvankelijk was de inzet van de gemeente Deventer om heel Diepenveen te annexeren maar het bleef bij het zuidoostelijke edoch substantiële deel van deze gemeente rond de kern Colmschate. Men was hier in 1972 al begonnen met de bouw van de wijk het Oostrik. Bij gemeentelijke herindelingen in 1999 en 2005 werd achtereenvolgens eerst de hele gemeente Diepenveen en daarna de hele gemeente Bathmen aan Deventer toegevoegd. (bron: wikipedia.nl)
|
| Volgende > |
|---|


Op het huidige grondgebied van de gemeente Deventer zijn op diverse plaatsen restanten gevonden uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Zo zijn in 2008 bij archeologische opgravingen ter hoogte van de Siemelinksweg sporen gevonden van een huis dat daar in de vroege ijzertijd heeft gestaan.[2] Bij eerdere opgravingen zijn in het stadsdeel Colmschate voorwerpen gevonden, waarvan afgeleid kon worden dat daar in de Romeinse tijd een Germaanse nederzetting heeft gestaan. Tijdens destijdse opgravingen zijn Romeinse munten uit de 3e en 4e eeuw gevonden, evenals een beeldje van de Romeinse godin Victoria.